ECLI:NL:RVS:2019:3282
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen inreisverbod en vertrekopdracht EU
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 16 augustus 2019 een besluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd opgelegd.
De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 4 september 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateert dat het hoger beroep niet is gemotiveerd met een inhoudelijke onderbouwing waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee het besluit van de rechtbank. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van N. Verheij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke motivering.