ECLI:NL:RVS:2019:327
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring invordering dwangsommen bedrijfswoning zonder relatie tot bedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe legde [appellant sub 2] dwangsommen op wegens het laten bewonen van een bedrijfswoning door personen zonder relatie tot het bedrijf op het perceel. Het college vorderde invordering van deze dwangsommen, maar [appellant sub 2] stelde dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant sub 2] tegen bepaalde besluiten niet-ontvankelijk wegens verjaring van de invorderingsbevoegdheid. Het college stelde dat de verjaring was gestuit door een aanmaning van 18 april 2017, maar de Afdeling oordeelde dat deze brief geen aanmaning was volgens de Awb, omdat een waarschuwing voor invorderingsmaatregelen ontbrak.
Ook de aanmaning van 6 februari 2018 voldeed niet aan de wettelijke eisen, omdat daarin geen betalingstermijn was opgenomen. Hierdoor was de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen verjaard en kon de dwangsom niet meer worden ingevorderd. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en dat van [appellant sub 2] niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen is verjaard, waardoor het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk wordt verklaard.