ECLI:NL:RVS:2019:3240
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 26 februari 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 april 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het niet toepassen van het vierogenbeginsel in asielzaken niet leidt tot onzorgvuldigheid in de besluitvorming, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:2986). De overige aangevoerde grieven waren niet van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en werden daarom niet inhoudelijk behandeld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 25 september 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.