ECLI:NL:RVS:2019:323
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake huurtoeslag over periode januari-april 2016
Appellante huurde in 2016 twee woningen in [woonplaats] en vroeg huurtoeslag aan. De Belastingdienst stopzette de toeslag wegens ontbrekende bewijsstukken, maar stelde na bezwaar een bedrag van €2.241,- vast voor de periode mei-december 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond omdat zij onvoldoende had aangetoond de huurprijs voor januari-april 2016 te hebben betaald.
In hoger beroep overlegt appellante aanvullende bankafschriften waaruit blijkt dat zij de huur voor januari tot en met maart 2016 daadwerkelijk heeft voldaan aan de verhuurder. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante daarom recht heeft op huurtoeslag over deze maanden. Voor april 2016 wijst de Afdeling het beroep af omdat de verhuurder als toeslagpartner in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven, waardoor appellante geen aanspraak kan maken op huurtoeslag.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 2 maart 2017 en gelast een nieuw besluit op bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de toeslag over januari tot en met maart 2016 wordt toegekend, het besluit van 2 maart 2017 wordt vernietigd.