ECLI:NL:RVS:2019:3227
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending hoor en wederhoor in asielzaak
De staatssecretaris heeft op 10 oktober 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 augustus 2019 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling klaagde dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door al op 27 augustus 2019 uitspraak te doen, terwijl de termijn voor het indienen van een zienswijze over het nadere standpunt van de staatssecretaris nog niet was verstreken. De Raad van State stelde vast dat de rechtbank de vreemdeling had toegestaan uiterlijk 28 augustus 2019 een zienswijze in te dienen, maar toch al een dag eerder uitspraak had gedaan zonder reactie van de vreemdeling.
Hierdoor was het beginsel van hoor en wederhoor geschonden en werd het hoger beroep gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor herbehandeling. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.