ECLI:NL:RVS:2019:3213
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 juli 2019 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 augustus 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven. Gezien de belangen van beide partijen werd daarom een voorlopige voorziening getroffen. Deze houdt in dat de staatssecretaris niet verplicht is om een nieuw besluit te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 19 september 2019 door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.