ECLI:NL:RVS:2019:3173
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving en dwangsom bij onvergunde bouwwerken in Mierlo
Het geschil betreft een handhavingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo tegen [appellant sub 2] vanwege het niet vergund bouwen van een loods en bijbehorende overkapping en volière op een perceel te Mierlo. Na eerdere procedures en vernietigingen door de Afdeling bestuursrechtspraak is het college overgegaan tot een nieuw besluit waarin het niet vergunde deel van de overkapping van 14 m2 moest worden verwijderd.
[Appellant sub 1] stelde dat het college niet tijdig een nieuw besluit op haar bezwaar had genomen en vorderde vaststelling van de verbeurde dwangsommen. De Afdeling oordeelde dat het college inderdaad te laat was en stelde de dwangsom vast op €820. Tevens werd geoordeeld dat het college terecht slechts het niet vergunde deel van de overkapping had gelast te verwijderen, omdat het vergunde deel van 30 m2 als bouwwerk zonder vergunning mocht blijven staan.
Verder werden bezwaren van [appellant sub 2] verworpen, waaronder het betoog dat hij niet opnieuw gehoord was en dat de dwangsom disproportioneel was. Ook werd het beroep van [appellant sub 1] tegen het handhavingsbesluit ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [appellant sub 1].
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit is gegrond verklaard en de dwangsom vastgesteld op €820, terwijl de beroepen tegen het handhavingsbesluit ongegrond zijn verklaard.