ECLI:NL:RVS:2019:3164
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek intrekking bestuursdwangkosten en bestuurlijke boete wegens hennepkwekerij en onttrekking woonruimte
Op 13 november 2013 werd in een woning te Rotterdam een hennepkwekerij aangetroffen en ontmanteld. Het college legde op 13 februari 2014 bestuursdwangkosten van €702,67 op aan appellant en op 18 februari 2014 een boete van €4.000,- wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot woonruimte.
Appellant maakte geen bezwaar tegen deze besluiten, maar verzocht in 2017 om intrekking, omdat hij in een strafzaak was vrijgesproken van betrokkenheid bij de hennepkwekerij en stroomdiefstal. Het college wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De vrijspraak in de strafzaak vormt geen nieuw feit in bestuursrechtelijke zin, omdat de grondslag van de bestuursrechtelijke besluiten verschilt van de strafrechtelijke kwalificatie.
Het college heeft bovendien een betalingsregeling aangeboden en de Afdeling ziet geen aanleiding om het besluit als evident onredelijk te beschouwen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot intrekking van bestuursdwangkosten en bestuurlijke boete bevestigd.