ECLI:NL:RVS:2019:3143
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel afgewezen
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris bij besluit van 5 juli 2019 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, dat op 7 augustus 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht tevens om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van 5 juli 2019. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft echter op 3 september 2019 al een beslissing genomen op het hoger beroep van de vreemdeling. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen en verklaard niet-ontvankelijk.
De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij, met griffier M.T. Annen, en uitgesproken in het openbaar op 12 september 2019.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege lopend hoger beroep.