ECLI:NL:RVS:2019:3143

Raad van State

Datum uitspraak
12 september 2019
Publicatiedatum
12 september 2019
Zaaknummer
201906141/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel afgewezen

De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris bij besluit van 5 juli 2019 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, dat op 7 augustus 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De vreemdeling verzocht tevens om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van 5 juli 2019. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft echter op 3 september 2019 al een beslissing genomen op het hoger beroep van de vreemdeling. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen en verklaard niet-ontvankelijk.

De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij, met griffier M.T. Annen, en uitgesproken in het openbaar op 12 september 2019.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege lopend hoger beroep.

Uitspraak

201906141/2/V3.
Datum uitspraak: 12 september 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind,
verzoekster.
Procesverloop
Bij besluit van 5 juli 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 7 augustus 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    Bij uitspraak van 3 september 2019 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling beslist. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen.
2.    Het verzoek is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Annen
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2019
765-922.