ECLI:NL:RVS:2019:3132

Raad van State

Datum uitspraak
11 september 2019
Publicatiedatum
11 september 2019
Zaaknummer
201905277/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 85 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen buiten behandeling stelling verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 2 mei 2019 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling. De vreemdelingen maakten hiertegen bezwaar bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juli 2019 de beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In het hoger beroep gaven de vreemdelingen geen inhoudelijke redenen waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel vellen over het hoger beroep. Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd het hoger beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De Afdeling besloot dat de staatssecretaris geen proceskosten hoefde te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer, bestaande uit lid N. Verheij en griffier R.C.S. Bakker, op 11 september 2019.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.

Uitspraak

201905277/1/V2.
Datum uitspraak: 11 september 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 5 juli 2019 in zaak nr. NL19.10865 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 2 mei 2019 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.
Bij uitspraak van 5 juli 2019 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. A.J.P. Lemmen, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdelingen leggen namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hen niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000).
2.    Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Bakker
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2019
572-916.