ECLI:NL:RVS:2019:3054
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Handhaving bouwvergunning en begunstigingstermijn veestal te Hengelo
Appellant exploiteert een biologische wijnboerderij op een perceel te Hengelo en kreeg een bouwvergunning voor bouwwerken in 2008. Het college stelde in 2016 vast dat appellant in strijd met het bestemmingsplan en de vergunning een grotere veestal en andere constructies had gebouwd en legde handhavingsmaatregelen op met een begunstigingstermijn.
Na bezwaar en beroep vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak in 2018 eerdere besluiten vanwege onduidelijkheid over de begunstigingstermijn. Het college stelde in 2018 een nieuwe begunstigingstermijn vast tot 1 maart 2019. Appellant voerde aan dat het college onterecht op bezwaar besliste voordat een ander beroep was afgerond, dat de termijn te kort was en dat de Afdeling ten onrechte eerdere oordelen handhaafde.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was om op bezwaar te beslissen, dat de begunstigingstermijn voldoende was en dat het college terecht uitging van de juistheid van eerdere uitspraken. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college blijft in stand.