Uitspraak
Datum uitspraak: 4 september 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De staatssecretaris heeft op 24 juni 2019 besloten een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens hem verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de aanvraag wel had moeten behandelen, verwijzend naar eerdere uitspraken waarin een motiveringsgebrek werd vastgesteld. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris verplicht was de aanvraag inhoudelijk te behandelen. Uit eerdere uitspraken volgt slechts dat er sprake was van een onvoldoende gemotiveerde belangenafweging, niet dat de staatssecretaris verplicht is zijn bevoegdheid te gebruiken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen van de Raad van State.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.