ECLI:NL:RVS:2019:2976
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting na intrekking verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 4 mei 2018 heeft de staatssecretaris de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdelingen ingetrokken. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die deze beroepen ongegrond verklaarde op 9 juli 2019. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet worden uitgezet voordat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 20 februari 2019.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 30 augustus 2019.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet hun proceskosten vergoeden.