ECLI:NL:RVS:2019:2919
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A. ten Veen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurlijke boete voor overtreding Arbeidstijdenwet wegens onvoldoende registratie arbeids- en rusttijden
De minister legde aan het transportbedrijf een bestuurlijke boete van €41.000 op wegens overtreding van artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet, omdat digitale gegevens van bestuurderskaarten en tachografen ontbraken, waardoor toezicht niet mogelijk was. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, omdat de minister de verkeerde beleidsregel toepaste bij de boetebepaling.
In hoger beroep betoogde het bedrijf dat zij wel een deugdelijke registratie voerde en dat de minister zich niet uitsluitend op het softwareprogramma DIANTA mocht baseren. De Afdeling oordeelde dat de minister terecht de uitkomsten van DIANTA als hulpmiddel gebruikte en dat het ontbreken van voertuigdata op het moment van inspectie leidde tot een onvolledige registratie. Ook stelde de Afdeling dat de werkgever onvoldoende had gedaan om de chauffeurs te verplichten de benodigde bestanden aan te leveren.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte niet zelf in de zaak had moeten voorzien, terwijl dat op grond van artikel 8:72a Awb wel had gemoeten. De Afdeling vernietigde de eerdere uitspraak en het nieuwe besluit van de minister en stelde zelf de boete vast op €41.000, waarbij zij rekening hield met het meest gunstige resultaat voor het bedrijf. De Afdeling wees het beroep op onevenredigheid van de boete af en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €41.000 wordt bevestigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.