ECLI:NL:RVS:2019:2911
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit wegens niet vergunde verlenging houtsingel in strijd met bestemmingsplan
Het college heeft aan appellant een last onder dwangsom opgelegd om een niet vergunde verlenging van een houtsingel van circa 300 meter te verwijderen. Appellant beschikte over een vergunning voor een houtsingel van 175 meter, maar niet voor de verlenging. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond door het besluit te vernietigen voor zover het vereiste omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk werd gesteld, maar handhaafde het besluit voor het vereiste omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan.
Appellant voerde aan dat geen vergunning nodig was en dat het college het verbod van reformatio in peius had overtreden door een negatief advies te vragen na een eerder positief advies. De Afdeling oordeelde dat het negatieve advies terecht was gevraagd omdat het eerste advies was gebaseerd op een onjuiste veronderstelling over de aanwezigheid van een fruitboomgaard achter de verlengde houtsingel.
Verder stelde appellant dat er concreet zicht op legalisering was omdat hij de vergunningaanvraag niet had ingetrokken. De Afdeling stelde vast dat het college mocht aannemen dat de aanvraag was ingetrokken, mede vanwege een door een gemachtigde ingediende zienswijze, en dat appellant geen nieuwe aanvraag had ingediend of aangevuld. Daarom was geen reden om af te zien van handhaving.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.