ECLI:NL:RVS:2019:289
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard in asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardigheid identiteit
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op haar Eritrese nationaliteit en herkomst. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat de identiteit en herkomst van de vreemdeling niet geloofwaardig waren, mede vanwege het ontbreken van documenten, gebrekkige taalvaardigheid in Tigrinya en ongeloofwaardige verklaringen over militaire dienst en identificatieplicht in Eritrea.
De vreemdeling overhandigde rapporten ter onderbouwing van haar identiteit, maar deze werden deels buiten beschouwing gelaten vanwege weggelakte passages en het ontbreken van controleerbare bronnen. De rechtbank volgde de staatssecretaris en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de vreemdeling dat zij onterecht niet is gehoord over de geheimhouding van bronnen en dat het rapport wel degelijk relevant was.
De Raad van State oordeelt dat de geheimhoudingskamer terecht de beperking van kennisneming van het rapport handhaafde en dat de vreemdeling geen nieuwe, relevante elementen heeft aangevoerd die de eerdere ongeloofwaardigheid wegnemen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, maar het beroep alsnog ongegrond verklaard. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van Eritrese identiteit en herkomst.