ECLI:NL:RVS:2019:2881
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over standplaatsvergunning churrosverkoop op Stadhuisplein Almere
Het college van burgemeester en wethouders van Almere wijzigde een standplaatsvergunning zodat belanghebbende churros en frisdranken mocht verkopen op zaterdagen op het Stadhuisplein. Appellant, die ook een standplaats op het plein heeft en fastfood verkoopt, maakte bezwaar tegen deze wijziging. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen concurrent zou zijn en dus geen rechtstreeks belang had. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk een concurrent is, omdat hij en belanghebbende beide fastfoodproducten verkopen in hetzelfde verzorgingsgebied. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant en belanghebbende in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied actief zijn, waardoor appellant een rechtstreeks belang heeft bij het besluit. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond.
Het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen omdat de standplaatsvergunning van belanghebbende inmiddels is herroepen en een nieuwe vergunning is verleend. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak onderstreept het belang van een juiste beoordeling van het belang van concurrenten bij bestuursrechtelijke besluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.