ECLI:NL:RVS:2019:2872
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd bij besluit van 15 juli 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hiertegen stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 augustus 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zonder een gemotiveerde betwisting van de uitspraak van de rechtbank geen inhoudelijk oordeel kan worden gegeven. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd de staatssecretaris niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering.