ECLI:NL:RVS:2019:2870
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 13 juli 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 25 juli 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
Op grond hiervan oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk was, omdat het niet voldeed aan de vereisten voor een inhoudelijke beoordeling. De staatssecretaris hoefde daarom geen proceskosten te vergoeden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees daarmee het hoger beroep af zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke motivering.