ECLI:NL:RVS:2019:2837
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 1 juli 2019 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom leidt het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 augustus 2019, waarbij mr. A.J.C. de Moor-van Vugt als lid van de kamer het vonnis heeft gewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.