ECLI:NL:RVS:2019:2805
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Appellant is eigenaar van een recreatiewoning die volgens het bestemmingsplan uitsluitend voor recreatieve doeleinden mag worden gebruikt. Het college stelde dat appellant de woning permanent als hoofdverblijf gebruikte en legde een last onder dwangsom op om de onrechtmatige bewoning te beëindigen.
Na controles en rapportages concludeerde het college dat appellant de woning permanent bewoonde, mede gelet op nachtelijke aanwezigheid van auto's en de schoolgaande dochter in Winterswijk. Appellant voerde aan elders woonruimte te hebben en dat de controles onvoldoende bewijs boden.
De Afdeling oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant de recreatiewoning als hoofdverblijf gebruikte en dat appellant onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Het beroep tegen de handhavingsbesluiten werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling benadrukte dat handhaving in beginsel moet plaatsvinden bij overtreding van planregels, tenzij bijzondere omstandigheden dat verhinderen, welke hier niet waren gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de handhavingsbesluiten zijn bevestigd.