ECLI:NL:RVS:2019:2803
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor onjuist aanbieden afval naast container
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 13 april 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een vuilniszak te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer was geplaatst. In de vuilniszak werd een poststuk gevonden met de naam en het adres van appellant, waardoor het college hem aansprakelijk stelde voor een deel van de kosten (€ 126,00).
Appellant voerde aan dat hij niet degene was die de vuilniszak had geplaatst en dat hij altijd op correcte wijze afval aanbiedt. Hij stelde dat hij het poststuk nooit had ontvangen en dat hij een ander merk vuilniszakken gebruikt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat volgens vaste rechtspraak degene tot wie afvalstoffen kunnen worden herleid als overtreder mag worden aangemerkt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
Appellant slaagde er niet in dit bewijsvermoeden te weerleggen. Zijn stellingen waren onvoldoende onderbouwd en konden niet leiden tot een andere conclusie. Daarom verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de kosten van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.