ECLI:NL:RVS:2019:2788
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 juni 2019 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 juli 2019 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op basis van de aangevoerde gronden een voorlopige voorziening passend was, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:457). De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt, waarmee de belangen van de vreemdeling worden beschermd gedurende de procedure. De uitspraak werd op 19 augustus 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.