ECLI:NL:RVS:2019:2787
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde dit besluit op 23 juli 2019 gegrond en vernietigde het, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en stelde de voorlopige voorziening in. Hierdoor hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist.