ECLI:NL:RVS:2019:2784
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwaardering Reigersbrug te Dokkum
Het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân besloot op 26 juni 2018 de Reigersbrug te Dokkum af te waarderen van fietsers-/voetgangersbrug naar voetgangersbrug, om het Súd Ie-project mogelijk te maken, dat de vaarroute voor middelgrote motorboten bevaarbaar maakt.
De Fietsersbond maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college in december 2018 werd afgewezen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van de Fietsersbond gegrond, vernietigde het besluit en schorste de afwaardering.
Het college ging in hoger beroep bij de Raad van State en stelde dat de rechtbank een onjuist toetsingskader had gehanteerd en dat het college beleidsruimte had bij de belangenafweging. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht onderzoek deed naar verkeersveiligheid en alternatieven, maar dat het college niet onredelijk heeft gehandeld en dat de nadelige gevolgen van het besluit niet onevenredig zijn.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de Fietsersbond ongegrond en vernietigde het besluit van 25 juni 2019 dat het eerdere besluit in stand hield. Verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de Fietsersbond ongegrond.