ECLI:NL:RVS:2019:2782
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van uitspraak over niet-ontvankelijkheid asielaanvraag
De staatssecretaris heeft op 4 juni 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Den Haag heeft op 16 oktober 2018 het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de eerste grief van de vreemdeling niet tot vernietiging leidt, maar de tweede grief slaagt omdat de rechtbank niet correct heeft beoordeeld of het asielmotief bij het beroep betrokken kon worden op grond van het moment en de concreetheid van het motief. De zaak wordt daarom vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die zijn toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 16 augustus 2019.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.