ECLI:NL:RVS:2019:2741
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen correctieve en partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2018
Het beroep richtte zich tegen het besluit van de raad van 8 oktober 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Correctieve en partiële (1e) herziening bestemmingsplan Buitengebied 2018". Appellanten voerden onder meer aan dat zij onvoldoende inspraak hadden gekregen tijdens de raadsbijeenkomst en dat een perceel aan de [locatie 1] ten onrechte niet was opgenomen in het plan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestemmingsplan een ondergeschikte herziening is en dat op grond van de Inspraakverordening Opsterland 2006 geen inspraak hoeft te worden verleend bij ondergeschikte herzieningen. Het beroep over dit punt faalde derhalve.
Voorts werd geoordeeld dat de raad beleidsruimte heeft bij het bepalen van de planbegrenzing, mits deze niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling vond geen aanleiding om te veronderstellen dat de raad zich niet redelijk had kunnen opstellen ten aanzien van de begrenzing, mede omdat het perceel aan de [locatie 1] volgens de raad geen onvolkomenheid vertoonde zoals bedoeld in de plantoelichting.
De overige gronden, die betrekking hadden op de bestemming van het perceel aan de [locatie 1], werden niet inhoudelijk behandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Buitengebied 2018 is ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.