ECLI:NL:RVS:2019:2688
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en toewijzing hoger beroep
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 5 januari 2018 door de staatssecretaris werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die dit beroep op 1 november 2018 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog gegrond. Tevens vernietigde de Afdeling het besluit van 5 januari 2018 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris wordt verplicht een nieuw besluit te nemen in lijn met de uitspraak van 21 november 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3735). Daarnaast veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €1.536,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard met vergoeding van proceskosten.