ECLI:NL:RVS:2019:2669
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling
De vreemdeling maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen feitelijke overdracht door de staatssecretaris op 19 juni 2019, zoals bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit bezwaar werd doorgezonden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens verzocht de vreemdeling op 17 juni 2019 bij de rechtbank Den Haag om een voorlopige voorziening om de overdracht tegen te houden. Dit verzoek werd door de griffier aan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak doorgezonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar van de vreemdeling als een aanvulling op het eerdere verzoek werd beschouwd. Eerder had de rechtbank het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 18 april 2019, waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen, ongegrond verklaard. Deze uitspraak werd bevestigd door de voorzieningenrechter van de Afdeling, die ook het eerdere verzoek om voorlopige voorziening afwees.
In het onderhavige verzoek werden geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding zouden geven om af te wijken van de rechtmatigheid van de voorgenomen overdracht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de voorgenomen overdracht van de vreemdeling wordt afgewezen.