ECLI:NL:RVS:2019:2666
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling, meerderjarige zoon van een referent met een verblijfsvergunning asiel, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis in het kader van gezinshereniging. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris op 1 oktober 2015 afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie maanden, zonder dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar werd geacht.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 31 maart 2016 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde deze afwijzing in haar uitspraak van 24 april 2017. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van de Gezinsherenigingsrichtlijn, waarop het Hof op 7 november 2018 antwoordde. Op basis hiervan oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris in het besluit van 31 maart 2016 niet had voldaan aan zijn informatieplicht over de gevolgen van de afwijzing en de mogelijkheden om alsnog een mvv aan te vragen op grond van een verblijfsvergunning regulier.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 31 maart 2016, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit van 31 maart 2016 wordt vernietigd met inachtneming van de rechtsgevolgen.