ECLI:NL:RVS:2019:2659
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde bij besluit van 27 mei 2019 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juli 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de belangen van beide partijen aanleiding bestond om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.