ECLI:NL:RVS:2019:2585
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 februari 2018 de aanvragen van vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag heeft op 5 juni 2019 het beroep van de vreemdelingen gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij geen uitvoering hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. De vreemdelingen en referent gaven een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet verplicht tot het verlenen van de mvv's en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook vergt uitvoering geen onevenredige inspanning. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.