ECLI:NL:RVS:2019:2582
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 21 mei 2019 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 juni 2019 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling tijdens de behandeling van het hoger beroep niet mocht worden overgedragen en dat hij gedurende deze periode opvang en verstrekkingen moest ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Dit verzoek werd toegewezen, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, welke volledig toerekenbaar waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 26 juli 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.