ECLI:NL:RVS:2019:2581
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepasselijkheid Gezinsherenigingsrichtlijn bij termijnoverschrijding mvv-aanvraag
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) wegens niet-tijdige indiening van de aanvraag vernietigde. De aanvraag betrof nareis in het kader van gezinshereniging.
De rechtbank oordeelde dat de Gezinsherenigingsrichtlijn van toepassing is, ook bij termijnoverschrijding, en dat de staatssecretaris had moeten toetsen aan specifieke artikelen van deze richtlijn. De staatssecretaris stelde dat bij niet-tijdige indiening geen toepassing van de richtlijn vereist is en dat een belangenafweging niet verplicht is.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling, en oordeelt dat de richtlijn wel van toepassing is, maar dat bij een onverschoonbare termijnoverschrijding geen inhoudelijke belangenafweging hoeft plaats te vinden zolang de vreemdeling adequaat is geïnformeerd over de gevolgen en mogelijkheden.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de mvv-aanvraag standhoudt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag gehandhaafd.