ECLI:NL:RVS:2019:2579
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 6 mei 2019 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond op 7 juni 2019. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en het bieden van opvang en verstrekkingen tijdens de duur van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en legde een proceskostenveroordeling van €512,- op aan de staatssecretaris. De uitspraak werd gedaan op 25 juli 2019 door mr. J.Th. Drop.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.