ECLI:NL:RVS:2019:2533
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van dwangsombesluit en invordering wegens gebruik bovenverdieping zonder trap
Appellant is eigenaar van een pand in Enschede waar hij bouwwerkzaamheden verrichtte, waaronder het verwijderen van de trap naar de bovenverdieping. Het college legde op 5 december 2016 een last onder dwangsom op om de bovenverdieping niet te gebruiken vanwege brandveiligheid. Deze last is onherroepelijk verklaard.
Het college stelde vast dat appellant de last niet naleefde en legde op 1 mei 2017 een nieuwe last onder een hogere dwangsom op van € 15.000,-. Tevens werd een eerdere dwangsom van € 2.000,- ingevorderd. Appellant maakte bezwaar en stelde onder meer dat de last onduidelijk was en dat hij de bovenverdieping slechts als eigenaar betrad, niet als verhuurder.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht handelde en dat de dwangsommen terecht zijn verbeurd en ingevorderd. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en wijst het hoger beroep af. De Raad overweegt dat het betreden van de bovenverdieping zonder trap in strijd is met de last, ongeacht het doel, en dat bijzondere omstandigheden om af te zien van invordering ontbreken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.