ECLI:NL:RVS:2019:2510
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: proceskostenvergoeding bij hoger beroep
Bij besluit van 8 juni 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het primaire grief van de vreemdeling geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Wel slaagt het subsidiaire betoog dat de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris niet heeft veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, ondanks dat het beroep zelf ongegrond is verklaard.
De Raad van State vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de proceskostenvergoeding wordt afgewezen en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, vastgesteld op €1.536,00. Voor het overige wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van beroep en hoger beroep.