ECLI:NL:RVS:2019:2506
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling, echtgenote van een asielvergunninghouder, vroeg om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden was ingediend. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat zij niet was geïnformeerd over de gevolgen van de termijnoverschrijding en de mogelijke maatregelen om alsnog gezinshereniging te realiseren. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris niet verplicht is een inhoudelijke beoordeling te geven bij een niet-verschoonbare termijnoverschrijding, mits de vreemdeling volledig is geïnformeerd. In dit geval ontbrak die informatie, maar de Afdeling passeerde dit gebrek omdat de vreemdeling reeds op de hoogte was van alternatieve mogelijkheden.
De overige grieven van de vreemdeling in hoger beroep leidden niet tot vernietiging van het vonnis. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag mvv wegens niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn.