ECLI:NL:RVS:2019:2496
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake uitzettingsbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 februari 2018 een aanvraag van een vreemdeling af om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en gaf daarom de voorlopige voorziening toe.
De staatssecretaris hoeft daardoor geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 22 juli 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.