ECLI:NL:RVS:2019:2438
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herregistratie arts wegens onvoldoende werkervaring in BIG-register
Appellant, een arts en medisch juridisch adviseur, vroeg herregistratie aan in het BIG-register. De minister wees dit af omdat appellant niet aantoonde te voldoen aan de werkervaringseis van minimaal 2080 uur in vijf jaar, essentieel voor herregistratie.
De rechtbank oordeelde dat de door appellant overgelegde facturen en rekeningafschriften slechts 282,96 uur aantoonden, onvoldoende voor herregistratie. De rechtbank vond de werkwijze van de minister, waarbij eigen verklaringen en zelfgeschreven nota's zonder verifieerbaar bewijs niet worden erkend, niet onredelijk. Appellant had de mogelijkheid om met een accountantsverklaring of medisch-administratief bewijs aan te tonen dat hij aan de urennorm voldeed, maar maakte hier geen gebruik van.
Appellant voerde aan dat betaalde uren niet gelijk zijn aan gewerkte uren en dat voor medisch adviseurs letselschade een uitzondering zou moeten gelden. De Afdeling verwierp deze argumenten, benadrukkend dat de wet geen uitzonderingen kent en dat het doel van de periodieke registratie is om actuele deskundigheid te waarborgen.
Ook het beroep op schending van de hoorplicht faalde, omdat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om bewijsstukken aan te leveren en geen aanwijzing gaf dat hij dit alsnog zou doen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de herregistratie van appellant als arts wegens onvoldoende aantoonbare werkervaring.