ECLI:NL:RVS:2019:2390
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Bij besluit van 3 mei 2019 verklaarde de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 1 juli 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig bestonden uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze uitspraak beschermt de vreemdeling tegen uitzetting gedurende de beroepsprocedure en waarborgt de toegang tot opvang en verstrekkingen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.