ECLI:NL:RVS:2019:2369
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 21 november 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 22 januari 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd onder meer een klacht geuit over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin deze klacht reeds is behandeld en oordeelt dat deze klacht terecht is voorgedragen, maar niet leidt tot vernietiging van de uitspraak omdat de ondertekening wel heeft plaatsgevonden en de tekst identiek is aan het digitale dossier.
De overige grieven leiden niet tot vernietiging van de uitspraak, mede omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.