ECLI:NL:RVS:2019:2366
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 8 april 2019 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond op 28 juni 2019. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en het verstrekken van opvang en verstrekkingen tijdens de behandeling van het hoger beroep toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457). De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt in verband met het verzoek.
De uitspraak bepaalt dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond en dat de staatssecretaris de proceskosten van €512,00 vergoedt, welke kosten volledig toe te rekenen zijn aan rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.