ECLI:NL:RVS:2019:2344
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering onttrekkingsvergunningen voor kamerverhuur in Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees in 2017 de aanvragen van appellant om onttrekkingsvergunningen voor kamerverhuur van panden in Groningen af, omdat de 15%-norm voor onttrekking in de betreffende straten was overschreden en er geen uitzonderingssituatie was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college de wet en het beleid onjuist toepaste, onder meer omdat de 15%-norm in de Brugstraat niet was bereikt en de omgevingstoets onvoldoende was gemotiveerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de 15%-norm was overschreden, vooral voor de Brugstraat, waar verschillende lijsten met adressen en vergunningen niet goed waren onderbouwd en verklaard. Ook was de omgevingstoets die het college had uitgevoerd onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd, met onduidelijkheden over de uitvoering en ontbrekende onderzoeksgegevens.
Daarom vernietigde de Afdeling het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Het college moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van appellant, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college Groningen om de onttrekkingsvergunningen te weigeren wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.