ECLI:NL:RVS:2019:2320
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hogere letselcategorie uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een incident op 15 februari 2010 waarbij hij slachtoffer werd van een opzettelijk geweldsmisdrijf. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees aanvankelijk de aanvraag af vanwege een eerdere onherroepelijke afwijzing, maar wijzigde dit na bezwaar en kende een uitkering toe in letselcategorie 4.
De rechtbank vernietigde het besluit van de CSG wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep staat centraal of appellant recht heeft op een hogere letselcategorie vanwege aanvullend gesteld fysiek letsel zoals een hersenschudding, hoofdwond, ontwrichte schouder en visusklachten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het fysieke letsel niet ernstig genoeg is volgens de wettelijke criteria. Medische informatie toont aan dat het hoofdletsel zonder blijvende gevolgen is hersteld, schouderklachten niet objectief onderbouwd zijn als blijvend letsel en visusklachten verband houden met psychische problematiek. De CSG heeft terecht een uitkering toegekend passend bij letselcategorie 4 op basis van het complexe psychische letsel.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; uitkering toegekend in letselcategorie 4 wegens psychisch letsel bevestigd.