ECLI:NL:RVS:2019:2191
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over schadevergoeding wegens waardevermindering woning door aanleg A74 en aanpassing A73-Zuid
Appellant, eigenaar van een woning nabij de A73-Zuid, verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn woning door de aanleg van de A74 en aanpassingen aan de A73-Zuid. De minister wees dit verzoek in meerdere besluiten af, waarop appellant bezwaar en beroep instelde. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigden eerdere besluiten en gaven aanwijzingen voor een nieuwe beoordeling.
De Afdeling gaf in deze tussenuitspraak nadere richtlijnen voor de planologische vergelijking en de beoordeling van de schade. De minister diende een deskundigenadvies in waarin de planologische nadelen (toename geluidoverlast door verkeersbewegingen) werden afgewogen tegen voordelen (verbeterd uitzicht en minder reflectiegeluid). Volgens het advies leidde de planologische verandering tot een lichte waardevermindering van minder dan 2% van de woningwaarde, binnen het normale maatschappelijke risico.
Appellant voerde aan dat de minister onvoldoende rekening hield met geluidoverlast in de tuin en dat de waardering van de schadefactoren onvolledig was. Ook wees hij op verschillen in geluidbelastingrapporten en het ongelijk behandelen van vergelijkbare gevallen. De Afdeling oordeelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de schade lager is dan 2% en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden door een hogere drempel toe te passen dan bij vergelijkbare gevallen.
De Afdeling draagt de minister op het besluit binnen dertien weken te herstellen door een nieuwe, toereikende motivering en taxatie, waarbij geen hogere drempel dan 2% mag worden gehanteerd. Tevens zal in de einduitspraak worden beslist over proceskosten en een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Minister moet besluit van 12 maart 2018 binnen dertien weken herstellen met nieuwe motivering en taxatie.