ECLI:NL:RVS:2019:2142
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 26 januari 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een kartonnen doos te verwijderen die naast een inzamelvoorziening was geplaatst in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De kosten van deze bestuursdwang, €126,00, werden aan appellant opgelegd. Appellant betwistte niet dat de doos van haar was, maar stelde dat zij de doos tijdelijk had neergezet terwijl zij andere dozen uit haar auto laadde en van plan was de doos correct aan te bieden.
Het college verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en appellant stelde beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij zitting op 22 mei 2019 het geschil behandeld. De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de doos niet onjuist had aangeboden en bevestigde dat het opgelegde bedrag geen boete betrof maar een vergoeding van de daadwerkelijke kosten van bestuursdwang.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft het besluit van het college in stand dat appellant de kosten van €126,00 moet dragen voor het verwijderen van de afvaldoos die zij naast de inzamelvoorziening had geplaatst.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant moet de kosten van €126,00 voor bestuursdwang dragen.