ECLI:NL:RVS:2019:209
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: toepassing lichter middel en vernietiging rechtbankuitspraak
De vreemdeling is op 1 november 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat een lichter middel, zoals een meldplicht, volstaat. De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk is en waarom een minder dwingende maatregel niet doeltreffend is voor effectuering van het vertrek. De rechtbank heeft onterecht een motiveringsgebrek vastgesteld.
Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 1 november 2018 wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.