ECLI:NL:RVS:2019:2076
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid Italië voor asielaanvraag vreemdeling op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam het asielverzoek van de vreemdeling niet in behandeling, omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de vreemdeling vanwege zijn aandoening moeilijk verstaanbaar was en daarom een leeftijdsonderzoek had moeten ondergaan. Ook was volgens hem het verzoek om informatie aan de Italiaanse autoriteiten voldoende en hoefde geen röntgenfoto te worden gemaakt. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat het onderzoek via artikel 34 van Pro de Dublinverordening toereikend was.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de in Italië geregistreerde meerderjarigheid onjuist was, mede omdat hij geen plausibele verklaring gaf voor de verschillende geboortedata waaronder hij in Italië bekend stond. Ook het schoolrapport en andere documenten maakten zijn minderjarigheid niet aannemelijk. De Italiaanse autoriteiten gingen uit van meerderjarigheid en hadden dit zorgvuldig onderzocht.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag asielvergunning ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.