ECLI:NL:RVS:2019:2036
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en proceskostenvergoeding
Bij besluit van 13 december 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze bewaring bij de rechtbank Den Haag, die op 3 januari 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werd onder meer geklaagd over de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat hoewel de rechter de uitspraak niet op zijn eigen mobiele werkplek had ondertekend, de ondertekening wel rechtsgeldig was omdat de tekst identiek was aan die in het digitale dossier. Deze klacht leidde niet tot vernietiging van de uitspraak.
De overige klachten van de vreemdeling werden niet gegrond bevonden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 die door de vreemdeling waren gemaakt voor rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 27 juni 2019.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.